Waarom maken goede doelen zich niet druk over hun communicatiekanalen?

Waarom maken goede doelen zich niet druk over hun communicatiekanalen?

Ontluisterend was het! Het gemak waarmee het belang van het kanaal telemarketing voor de inkomsten van goede doelen (en andere organisaties) opzij werd gezet ten faveure van de beheersing van consumentenirritatie. Van de zes Kamerleden, die aan het Algemeen Overleg van de Tweede Kamercommissie Economische Zaken en Klimaat deelnamen, hadden er vijf geen enkel probleem mee dat Staatssecretaris Mona Keijzer, zonder enig gedegen onderzoek naar de effecten op de inkomsten voor goede doelen, de opt-in bij telemarketing doorvoert. Kamerlid Moorlag van de PvdA probeerde nog even extra gas te geven door ook weer het bel-niet-aan-register op de kaart te zetten. Keijzer ging er nu niet in mee.

Misschien is het te wijten aan onderschatting, maar ik neem waar dat de goede doelen zich openlijk nog geen grote zorgen maken. Er wordt geen urgentie gevoeld denk ik, terwijl die er wel zou moeten zijn. “We hebben altijd straatwerving nog”……… zou dat het zijn? Of “we kunnen altijd nog onze bestaande donateurs bellen!”. Wat zou er met de inkomsten van goede doelen gebeuren, vraag ik me af, als er toestemming voor telemarketing nodig is, je nog maar een jaar mag bellen met vertrokken donateurs zonder toestemming en er een bel-niet-aan-register is? Klinkt dat alarmerend? Het is allerminst ondenkbaar.

Consumentenirritatie verdient grote aandacht. Niemand wil dat consumenten geïrriteerd zijn over de door de sector gebruikte kanalen. Compliance met toepasselijke wetgeving en zelfregulering is daarom natuurlijk van groot belang. De training van telemarketeers en straatwervers eveneens. De relevantie van het gesprek en de timing van de benadering zijn ook belangrijke drivers. Maar wat nou als je het als goede doelen sector niet helemaal zelf in de hand hebt. De berichtgeving over telemarketing in de media is momenteel één op één gekoppeld aan energieverkoop. De beschreven praktijken hebben niets te maken met fondsenwerving en toch is fondsenwerving het kind van de rekening. En dat brengt mij op het werkelijke punt.

Ik mis de eenheid in de sector en ik mis de betrokkenheid bij deze dossiers van de directies van goede doelen. De directies van goede doelen, die juist hét politieke netwerk hebben om de bijzondere positie van goede doelen te benadrukken. Er wordt hard gewerkt door Goede Doelen Nederland en DDMA om die bijzondere positie onder de aandacht te brengen bij Economische Zaken, maar de politiek luistert naar hun gelijken! De sector moet meer tegengeluid willen laten horen lijkt me, anders wordt de toekomst van particuliere fondsenwerving een hele moeizame.

De fondsenwervers bij goede doelen zouden hun directies actief moeten betrekken bij bovengenoemde dossiers. Betrekken bij het inzichtelijk maken van de inkomstenderving en uiteindelijk bij het laten zien welke organisatiedoelen daardoor concreet niet meer kunnen worden bereikt. Dat zou concrete gespreksstof opleveren waarmee de directeuren van goede doelen hun politieke netwerk kunnen informeren en om steun kunnen vragen om de bijzondere positie van goede doelen recht aan te doen bij het al dan niet ontwikkelen van wetgeving die ook fondsenwerving betreft.

Het advies van de werkgroep 'De rol van bestuur en senior management'

Het advies van de werkgroep 'De rol van bestuur en senior management'

Over vertrouwen, tevredenheid en geefgedrag

Over vertrouwen, tevredenheid en geefgedrag