Filantropie: it’s not (only) about the money

Filantropie: it’s not (only) about the money

Doe maar gewoon…
Filantropie is al jarenlang in opmars in Nederland en kent een nieuwe opwaartse beweging. De welvaart groeit en vrijgevigheid krijgt een steeds grotere rol in het dagelijks leven van mensen met een groot hart en een dito portemonnee. Tegelijkertijd blijven we ook het land waar de nuchterheid overheerst. De Nederlandse major donor gedraagt zich wat dat betreft nog wezenlijk anders dan zijn Angelsaksische collega. Met het begrip ‘filantropie’ kan hij nog niet zoveel. “Ik vind het altijd zo’n lastig woord. Betekent het zoiets als je maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen? Ik gebruik het eigenlijk nooit. Maar als ik er invulling aan zou móeten geven is het ‘iets terug doen om niet, wat dan ook, voor de maatschappij’. Filantropie heeft dus niet altijd te maken met geld wat mij betreft.”, aldus de oprichter van een fonds dat grote giften aan goede doelen geeft en meewerkte aan het onderzoek Filantropie in Nederland.

Filantropie in Nederland
Dit onderzoek bracht vorig jaar in kaart welke verwachtingen major donors hebben van non-profit organisaties en vice versa. Hieruit bleek dat zij op een aantal punten nog niet op één lijn staan. Neem bijvoorbeeld de manier waarop zij – ieder voor zich – naar filantropie en groot geven kijken. Zo vroegen we non-profits hoe belangrijk zij (het hebben van) major donors vinden. De bestuurder van een goed doel zei hierover: “De overheid trekt zich terug, subsidies worden minder. Major donors zijn voor ons heel belangrijk, daar ligt de toekomst.” Van de non-profits die ervoor kiezen om proactief major donors aan zich te verbinden, doet het grootste deel dit om een flinke impuls aan de inkomsten te geven. Een praktische, op het eerste gezicht logische, maar bovenal transactionele benadering. Het draait om geld.
 
De major donors die wij spraken (minimaal € 1.000 per donatie) benaderden het onderwerp wezenlijk anders. Voor hen is filantropie een manier om maatschappelijke betrokkenheid vorm te geven. Het laat zich uitdrukken in geld, maar ook in tijd, netwerk of expertise. En hiermee wachten ze niet af tot ze gevraagd worden door het goede doel, ze trekken er zelf op uit. “Ik heb een duidelijk beeld van wat ik wil bereiken met mijn filantropie. Goede doelen die aansluiten bij dit beeld, ben ik daarom zelf gaan bellen. Ik wilde iets doen. Niet gewoon even geld overmaken, maar echt helpen.”, vertelt een major donor uit Den Haag. Laten we hem Piet noemen. “Ik kreeg de meest vreemde en uiteenlopende antwoorden terug van die doelen. Ze waren stuk voor stuk terughoudend, hielden mij op afstand en hielden het kort. Dat vond ik zeer teleurstellend. Had even doorgevraagd naar mijn bedoelingen, dan had je erachter gekomen dat ik echt niet op de stoel van die organisaties wil zitten. Op mijn soort betrokkenheid zijn ze blijkbaar nog niet ingericht.”.

Uiteindelijk vond Piet een doel dat wel graag wilde samenwerken. Dat gaf hem ontzettend veel plezier. En dat kregen we wel vaker terug tijdens het onderzoek: dat filantropie een goed gevoel geeft. Het is niet zomaar geven, maar vooral een deel van je leven. Voor mensen als Piet is geld slechts een middel, geen doel. Het is een kortetermijnoplossing dat ten dienste staat van een lange termijndroom of -doel. Het is niet zozeer het geven, maar juist het realiseren van het doel dat voldoening geeft. Voor mensen als Piet is filantropie levensverrijkend.
 
En daar wordt het interessant. Want als je het zo benadert, vraagt dit niet om de vragende rol die non-profits traditioneel innemen. Het vraagt om een verandering in handelen en denken. Waarbij ‘vragen om hulp’ verandert in: verkennen hoe je kunt samenwerken binnen de visie die je beiden deelt. Het vraagt om transformationeel denken.

Transformationeel…?
Het klinkt misschien wat Angelsaksisch in de oren, ‘transformational giving’. De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat hierover al het nodige is geschreven door bijvoorbeeld Amerikaanse vakgenoten (een bijzonder inspirerend voorbeeld: The Generosity Network van Jennifer McCrea en Jeffrey C. Walker). Maar dit maakt het zeker geen ver-van-mijn-bed-show. Nederlandse major donors leggen het ons haarfijn uit in Filantropie in Nederland. Tot verrassing van veel non-profits, kan ik u zeggen. Zo is de betrokkenheid van major donors veel groter dan organisaties verwachten (93% vs. 73%). Maar ook de vrijgevigheid: meer dan 60% van de major donors wil meer geven dan alleen geld. Dat is ruim 20% meer dan non-profits verwachten. Het filantropisch potentieel in Nederland wordt dus nog lang niet ten volle benut. Transformationeel denken kan hierbij het verschil gaan maken.
 
Goede doelen organisaties zouden bij uitstek de partijen moeten zijn die in staat én geoutilleerd zijn om de dromen van major donors te verwezenlijken en hun doelen te bereiken. Zo lang ze zichzelf maar in de gelegenheid stellen om te denken als Piet. Dan gaat fondsenwerving niet meer over een financiële target, of een bepaalde ROI behalen. Dan gaat het over samen met de major donor een verschil in de wereld maken.
 
Overigens, ook major donors kunnen nog wat meer denken als Piet. Uit het onderzoek blijkt dat slechts een derde gebruik maakt van een geefplan: een strategisch kader of een langetermijnvisie waarbinnen zij hun vrijgevigheid plaatsen. Juist dit kan enorm helpen in het contact met de organisaties die zij willen steunen. Het opent het gesprek om doelstellingen te bepalen en hoe deze in gezamenlijkheid te behalen. Het biedt ruimte om te kijken waar verdere hulp nodig is, zoals het delen van netwerken of het inzetten van bepaalde expertise. Niet zozeer ten gunste van de organisatie, maar ten gunste van het gezamenlijke doel. Transformationele filantropie gaat immers niet over ‘geven en nemen’. Het gaat over het bereiken van een gezamenlijk doel op basis van een gelijkwaardige relatie. Dat je van beide kanten in staat bent in elkaar een partner te zien, en een relatie van ‘geven en geven’ te creëren.

[Dit blog verscheen eerder bij De Dikke Blauwe]

Hoe verbeter je je retentie?

Hoe verbeter je je retentie?

Contact met opzeggers: positieve of negatieve invalshoek?

Contact met opzeggers: positieve of negatieve invalshoek?